Trump wil nationale parken duurder maken

De regering van Trump denkt eraan om de toegangsprijs van 17 van de populairste nationale parken gevoelig te verhogen tijdens het hoogseizoen. De prijs zal zo bijna even hoog zijn als een bezoek aan een pretpark als Six Flags of Busch Gardens.

Begin januari zou de toegangsprijs voor een auto in Joshua Tree National Park in California verhoogd worden van $25 naar $70. Dit is de grootste prijsverhoging sinds WOII. In mei zou er dan een gelijkaardige verhoging komen voor 12 andere parken, gevolgd door nog 4 parken in juni. Voor een motor komt de prijs op $50 en tevoet of met de fiets betaal je $30.

In een persbericht geeft de National Park Service aan dat de prijsverhoging 70 miljoen dollar zou opbrengen die gebruikt kan worden om de 11 miljard dollar aan te vullen die nodig is om onderhoud te doen aan gebouwen, toiletten en wegen. Minister van Binnenlandse Zaken, Ryan Zinke, zei dat "de infrastructuur van de nationale parken verouderd is en dringend moet worden vernieuwd. De prijsverhoging helpt er mee voor zorgen dat de parken beschermd en onderhouden worden."

Het bericht spreekt echter niet over het voorstel van Trump om het budget van de nationale parken met 400 miljoen dollar te verminderen. Ook over de voorstellen in het congress om 12 miljard dollar uit federale gas- en oliebelastingen te besteden aan de nationale parken wordt met geen woord gerept. De regering van Trump heeft nog geen standpunt ingenomen i.v.m. dit voorstel.

Naast Joshua Tree National Park zullen o.a. Shenandoah, Acadia, Olympic, Yosemite, Grand Canyon, Zion, Bryce en Yellowstone National Park getroffen worden door de prijsverhoging.